Suikerziekte

Behandeling

Behandeling van suikerziekte

Honden en katten met suikerziekte moeten injecties insuline krijgen. Daarnaast kan er een speciaal dieet gegeven worden. Insuline verlaagt de hoeveelheid suiker in het bloed en om te bepalen hoeveel insuline het dier moet krijgen, is herhaald bloedonderzoek nodig. Insuline moet de rest van het leven van de hond of kat, meestal twee maal per dag worden gegeven.
 

Het geven van insuline is niet moeilijk en iedereen kan het leren. De persoon die het geeft, moet wel netjes werken. Om te bepalen hoeveel insuline uw huisdier nodig heeft, (we noemen dit reguleren of instellen), moet bloed geprikt worden. Hoe vaker u de hoeveelheid suiker in het bloed bepaalt, des te beter kan de hoeveelheid insuline worden ingesteld.
 

Dieet en suikerziekte

Eten verhoogt de hoeveelheid suiker in het bloed. Het is goed om de dagelijkse portie in tweeën te delen en uw huisdier twee maal daags te voeren. Als u twee maal per dag insuline geeft, kunt u de injectie na de maaltijd geven. Het is belangrijk om twee gelijke porties en iedere dag dezelfde hoeveelheid en samenstelling te geven.
 
Tussendoortjes kunnen de regulatie verstoren. Denk hierbij niet alleen aan snoepjes, maar ook aan bijvoorbeeld dental kauwbotten, hier zit namelijk meer energie in dan in eerste instantie wordt gedacht.
 
Voor dieren met suikerziekte zijn verschillende speciale diëten in de handel. Als uw dier dit voer lekker vindt, is het verstandig om hier vanaf de eerste dag mee te beginnen.

 

Bewegen en suikerziekte

Ook bewegen heeft invloed op de suikerregulatie. Loop dus elke dag dezelfde aantal (kilo)meters. Een dagje rennen aan het strand is natuurlijk erg leuk, maar kan leiden tot een gevaarlijk laag suikergehalte. Houdt daarom rekening met de regulatie.

 

Het doel van de suikerziekte behandeling

Het doel van de behandeling is dat u de hoeveelheid insuline en eten zo goed mogelijk op elkaar afstemt.

 

Hoeveel insuline:

  • Te weinig insuline: uw dier krijgt klachten, passend bij suikerziekte.
  • Precies de goede hoeveelheid insuline: uw dier eet en drinkt vrijwel normaal en heeft een goed leven.
  • Te veel insuline: de suikerspiegel wordt te laag (uw huisdier krijgt een hypo). In het ergste geval kan uw dier hier aan overlijden.

 

Hoeveel eten

  • Te weinig voedsel: uw dier valt af.
  • Precies de goede hoeveelheid voedsel: uw dier heeft een normaal gewicht, eet en drinkt vrijwel normaal.
  • Te veel voedsel: uw dier krijgt overgewicht.

 

Bloedonderzoek bij suikerziekte

Het suikergehalte (glucose) in het bloed meten we in “millimol per liter” (mmol/l). Het suikergehalte in het bloed van de gezonde hond of kat beweegt zich normaal tussen de 4 en 6 mmol/l. Het is niet mogelijk om de suikerspiegel bij een suikerpatiënt zo goed te reguleren.
 
Omdat een laag suikergehalte op korte termijn gevaarlijker is dan een hoge waarde, streven we naar een laagste glucosewaarde tussen de 6 en 8 mmol/l. Een (groot) deel van de dag zal het glucosegehalte hoger zijn dan deze streefwaarde. Hoe beter het u lukt om de suikerspiegel tussen deze waarden te houden, hoe beter de levensverwachting.