LouLou, de poes met een ontsteking aan de alvleesklier.

Wat is pancreatitis?
Pancreatitis is een ontsteking van de alvleesklier.
De alvleesklier is een klein orgaan dat in de bocht van de dunne darm ligt, vlakbij de maag. De alvleesklier bestaat uit een klein endocrien gedeelte dat hormonen produceert (zoals insuline) en een groot exocrien gedeelte dat enzymen produceert die in het darmlumen helpen bij de vertering. Wanneer voedsel de dunne darm passeert wordt het pancreassap via een afvoergang afgegeven aan de darminhoud.

Wat is de oorzaak van pancreatitis?
In de meeste gevallen is de oorzaak idiopathisch wat betekent dat de oorzaak onbekend is. Er is sprake van een steriele ontsteking die zichzelf in stand houdt door het vrijkomen van pancreasenzymen welke de pancreas zelf aantasten. Wat de ontsteking in gang heeft gezet is vaak niet duidelijk.

Wat zijn de symptomen van een kat met pancreatitis?
We onderscheiden een acute en een chronische vorm. In ongeveer 2/3 van de gevallen is sprake van een chronische ontsteking.

Katten met pancreatitis hebben vage klachten zoals een slechte eetlust, sloomheid en vermageren. Ook andere klachten zoals braken, diarree, uitdroging, ondertemperatuur, koorts en buikpijn kunnen optreden. Zowel een acute als een chronische pancreatitis kan een mild of een ernstiger verloop hebben. In het algemeen kan gezegd worden dat katten met acute pancreatitis ernstiger ziek zijn dan katten met chronische pancreatitis.

Buikpijn is een bekend verschijnsel bij mensen met pancreatitis. Ook bij honden met pancreatitis is het duidelijk dat ze buikpijn hebben doordat ze een typische bidhouding aannemen. Bij katten is het veel lastiger om erachter te komen of ze buikpijn hebben. Soms is alleen aan de lichaamshouding of de gezichtsuitdrukking te zien dat de kat pijn heeft. Omdat we wel een duidelijke verbetering zien op pijnstillers is het aannemelijk dat ook katten met pancreatitis buikpijn hebben

Komt het veel voor?
Hoe vaak pancreatitis voorkomt bij de kat is niet bekend maar waarschijnlijk vaker dan vermoed wordt. Dit komt omdat het ziektebeeld zo verschillend kan zijn. Katten kunnen ernstig ziek zijn en er aan sterven maar er zijn ook katten met milde symptomen. Ook is gebleken dat sommige gezonde katten pancreatitis hebben zonder hiervan ziek te zijn.

        

   

Eigenaar aan het woord..

 Ergens in België vond ik je. Een nestje van 5 Perzische poesjes. Drie weken oud. Het was liefde op het eerste gezicht. Van beide kanten.

Twee maanden later kwam je bij me wonen. Eigenlijk heette je Madonna maar ik vond Loulou beter bij je passen.

Klein, slim, ondeugend. Wat keek je pienter uit je oogjes. Ondanks je 3 kg. schoon aan de haak was je kerngezond. Nooit ziek. 

We werden dikke vrienden. Regen deerde je niet. Kletsnat kwam je binnen en dan moest ik je afdrogen. 

Sneeuw, geen probleem. Je wentelde je in de witte wereld.

 

En zo was je mijn kleine vriendinnetje tot de dag aanbrak dat je niet bij de achterdeur zat toen ik thuiskwam.

Ik was niet meteen ongerust maar ging toch zoeken. Helemaal achteraan op zolder zat je in een klein hoekje. Bijna onzichtbaar. Toen werd ik echt ongerust.

Ik besloot nog één nacht te wachten maar exact om 8 uur hing ik aan de telefoon. Een afspraak om half 11. Bij dr. Van Heeswijk. Ik had hem ooit één keer gezien. Hij nam de temperatuur op en ze bleek koorts te hebben. Een ontsteking ergens in dat kleine lijfje maar waar? Ze kreeg een antibiotica injectie en tabletjes mee. Voor de pijn en een kuur. De dag erna op donderdag gaf ik haar die fijngemaakt met een pipetje. Meteen erna begon ze te braken. En dat ging de hele dag door. Het was niet om aan te zien hoe dat kleine lijfje schokte. Na 9 keer spugen viel ze doodmoe in slaap. Dit was niet goed en ik belde de praktijk. Ik moest haar morgen brengen en dan werd ze onderzocht. Aan het eind van een lange morgen belde dr. Van Heeswijk. Ik kon haar komen halen.

Er was gebleken dat ze een alvleesklier ontsteking had. 'Dat is heel ernstig en ze heeft pijn' zei hij. Ik moest afwachten maar hij wilde haar 's middags voor het week-end nog een keer zien. Om 10 voor 5 naar de Kluis waar hij haar goed onderzocht. In ieder geval was het niet slechter geworden. Ik zei dat ik haar onder geen voorwaarde wilde laten lijden waarop Guido zei dat ze een kans van 3 op 10 had. Dat, als het zijn kat was, hij haar die kans zeker zou gunnen maar als de toestand zou verslechteren ik dan een beslissing moest nemen. Waarop ik zei dat dat een hele moeilijke beslissing was.  Hij antwoordde toen :  ' die beslissing hoeft U niet alleen te nemen. Die nemen we samen. Maar ze moet nu wel gaan eten morgen.' En dat deed ze. De dag erna, op mijn verjaardag, begon ze te eten. Het was een prachtige verjaardag maar tegelijkertijd ook een heel angstige. Haalt ze het of niet?

Zondag knapte ze wat op en ik stuurde dr. van Heeswijk een mailtje om te vertellen hoe het ging. Het klonk hoopvol maar ik moest de vlag niet te snel uithangen. Deze ziekte kon een grillig verloop hebben. 

Inmiddels zijn we een maand verder en ze is er nog steeds. Ze eet, hoewel niet meer zo veel als in het begin. Ze is weer op haar oude gewicht van 3 kg. 

 

Het ziet er naar uit dat ik mijn kleine grijze Pers nog een tijdje mag behouden.

Dat heb ik, daar ben ik van overtuigd, te danken aan de kundigheid en het snelle handelen van dr. van Heeswijk. Ik ben hem hier heel erg dankbaar voor.

Geweldige dierenarts met gevoel en empathie.