De eerste weken

Alle diersoorten maken voorspelbare ontwikkelingsfasen door. Bij sommige diersoorten is het begin en het eind van deze fasen bijna tot op de dag voorspelbaar. Wie een beter inzicht heeft in die ‘kritische’ periodes in de ontwikkeling, zal het gedrag van een huisdier beter begrijpen. In onderstaand stuk behandelen we de ontwikkeling van honden, katten en konijnen.

Hond

Neonatale fase (0 tot 14 dagen)
De pup wordt blind en doof geboren. Communicatie met de moeder gaat door middel van piepen. De pup beweegt zich kruipend voort. Door middel van tastzin zoekt hij de tepel van de moeder om te drinken. De moederhond stimuleert de ontlasting van de pups door ze op hun buik te likken. Zij eet de drolletjes, en de urine likt ze op. Zo houdt ze het nest schoon.
 
Overgangsfase (14 tot 21 dagen)
Rond de tweede week gaan de ogen van de pups open en beginnen ze geluiden te horen. Het gezichtsvermogen ontwikkelt zich. Bij een leeftijd van drie weken is het gezichtsvermogen volledig ontwikkeld. Dit geldt ook voor het reukvermogen. De eerste melktanden komen door.
In deze fase gaan de pups een beetje op onderzoek uit en spelen met elkaar. De pups leren aspecten zoals sluipen, het vangen van een prooi en zich verstaanbaar te maken in hondentaal. Ook begint de pup te wennen aan het contact met mensen.

Inprentingsfase (drie tot acht weken)
De binding met het nest en met de moeder vermindert in deze fase. De pup wordt ondernemender en verkent zijn directe omgeving. Door te spelen leert hij hoe hij zich moet gedragen ten opzichte van zijn broertjes, zusjes en soortgenoten. Hij imiteert het gedrag van volwassen honden. Hij is nieuwsgierig en leergierig.

Socialisatiefase (acht tot twaalf weken)
Als een pup acht weken oud is, kan hij naar zijn nieuwe baas toe. Eerder dan die acht weken is het niet goed om een pup bij zijn moeder weg te halen. Dit kan leiden tot ernstige afwijkingen in zijn gedrag. Dit heeft ermee te maken dat een pup de verschillende fasen van zijn leven moet meemaken. Dit zorgt voor een goede ontwikkeling.

Gebit
Vanaf ongeveer 12-16 weken zal het volwassen gebit zich gaan ontwikkelen. Het wissel-proces neemt bij de ene hond langer in beslag dan bij de ander. U zult merken dat het bijtgedrag toeneemt omdat de tandjes los gaan zitten. Het is verstandig uw pup dan te laten bijten in veilige speeltjes.

 

Kat

0-2 weken – Neonatale fase

In de neonatale fase groeien de kittens gemiddeld van 100 naar 300 gram. Hoewel de kittens hard gaan piepen als je ze optilt, is het belangrijk om de kittens voor korte periodes aan te raken en op te tillen. Op deze manier zullen de kittens wennen aan mensen.

  • 0 weken. Kittens van 0 weken zijn volledig afhankelijk van hun moeder. Ze hebben behoefte aan warmte en nabijheid van moeder en hun nestgenootjes. De kittens zijn blind en doof. Ze kunnen hun moeder wel ruiken. En ze voelen haar trillingen als ze spint. De kittens zullen in deze eerste week alleen eten en slapen. Ze kunnen niet zelfstandig poepen en plassen. Dit lukt pas rond 4 weken. Rond de 5e dag valt de navelstreng af.

  • 1 week. Ook kittens van 1 week zijn volledig afhankelijk van hun moeder. Warmte en nabijheid is nog steeds erg belangrijk. Je zult de kittens geregeld op een hoopje zien liggen. De oogjes beginnen gemiddeld rond de 8e dag open te gaan. Deze zijn nog helemaal blauw. De gehoorgang gaat gemiddeld rond de 9e dag open. De kittens zullen nog steeds alleen eten en slapen.


2-3 weken – Overgangsfase

In de overgangsperiode groeien de kittens gemiddeld van 300 naar 400 gram.

  • 2 weken. Met 2 weken zijn de oogjes van de kittens volledig geopend. In sommige gevallen kunnen ze weer gaan verkleven. Dit mag echter niet gebeuren. De kittens leren langzaamaan diepte te zien. Ook kunnen de kittens al goed horen. Het is vanaf nu dus belangrijk om ze aan geluiden in de omgeving te laten wennen. Kittens zullen zich kruipend sneller gaan voortbewegen. Ook zetten ze hun eerste wankele stapjes.

3-7 weken – Eerste socialisatieperiode. In de eerste socialisatieperiode groeien de kittens gemiddeld van 400 naar 800 gram.

  • 3 weken. Kittens van 3 weken worden minder afhankelijk van de moeder. Dit komt omdat ze steeds beter (waggelend) kunnen lopen. De kracht in hun pootjes neemt toe. Ze zullen zich soms ‘opdrukken’. Ze krijgen de behoefte om de wereld om hen heen te verkennen. Ze zullen beginnen aan voorzichtig sociaal spel met moeder en nestgenootjes. Kittens zullen geluiden, zoals je stem, nu ook gaan herkennen. De snijtandjes van het melkgebit komen door. Ze zullen daarom op harde dingen, zoals karton en plastic, gaan knagen. Kittens zullen zichzelf op een onhandige manier gaan wassen en krabben.

  • 4 weken. Kittens van 4 weken kunnen zich al redelijk efficiënt voortbewegen. Hun loopjes zien er schattig uit. Ze zullen uit het nest klimmen. Daarbij zullen ze zich steeds verder van de moeder en het nest wagen. Ze ontdekken hun wereld in de lengte, breedte en hoogte. De nestdoos is niet langer het centrum van hun bestaan. De moeder nog wel. Hun spel wordt ruiger. Als ze te hard spelen, worden ze gecorrigeerd. Als mens kun je nu goed met de kittens gaan spelen. Het liefst niet met de hand, maar met een speeltje. Spelen helpt om een band op te bouwen. Naast snijtandjes komen nu ook hoektandjes en kiezen door. De kittens zullen als aanvulling op de moedermelk ook brokjes gaan eten. Ze zullen voor het eerst zelf gaan poepen en plassen. Hierbij piepen ze hard omdat dit nog pijn kan doen. Over het algemeen zijn kittens snel zindelijk.

  • 5 weken. Kittens van 5 weken worden nagenoeg onafhankelijk van de moeder. De moeder zal daarom ook afstand gaan nemen. Kittens zullen zelfstandig eten en drinken, poepen en plassen, slapen en spelen. De oogjes gaan vanuit de pupil langzaam verkleuren. De kittens kunnen nu rennen. Hun spel wordt complexer en bestaat uit uitdagen, beloeren, besluipen, bespringen en achtervolgen. Spelen met je kitten met een speeltje zoals een hengel zal erg in de smaak vallen. Energie komt en gaat snel. De kittens kunnen nu al explosief worden, de zogenaamde ‘kittenrage’.

  • 6 weken. Hoewel kittens van 6 weken onafhankelijk van de moeder kunnen leven, is het belangrijk ze nog niet uit het nest te halen. Vergelijk het met een kind van 10 jaar oud, ze kunnen voor zichzelf zorgen d.w.z. zelfstandig eten, drinken en ontlasten. Echter zijn ze mentaal nog helemaal niet klaar om zelfstandig te wonen. De kittens zijn nu echte mini-katten. Ze kunnen alles wat volwassen katten ook doen. Alleen doen ze het nog wat onhandig. Omdat kittens nu werkelijk alles verkennen, is het belangrijk om grenzen te gaan stellen. Als je wilt dat gordijnen en bankstellen heel en tafel en aanrecht verboden terrein blijven, moet je dit duidelijk laten weten. Dit kan goed door een schelle harde stem. Kittens zullen bij te ruig spel hardhandiger gecorrigeerd worden door moeder of nestgenootjes.

 

7-12 weken – Tweede socialisatieperiode

In de tweede socialisatieperiode groeien de kittens gemiddeld van 800 gram naar 1200 gram. De sterke groei neemt af. Katertjes kunnen al (meer dan) 100 gram zwaarder zijn dan poesjes uit hetzelfde nest.

  • 7 weken. Vanaf 7 weken mogen kittens wettelijk gezien het nest verlaten. Dit is echter absoluut niet wenselijk. Bij kittens die op deze leeftijd het nest verlaten worden vaker gedragsproblemen gezien. Hoewel kittens nog de nabijheid van de moeder opzoeken, zal deze dit steeds vaker weigeren. De kittens zullen nu gaan oefenen met evenwicht op randjes. Hierbij zullen ze regelmatig vallen. Ook zullen ze gaan oefenen met jachttechnieken. Ze beginnen te oefenen om zelfstandig hun prooi te kunnen vangen.

  • 8 weken. Huis-tuin-en-keukenkittens worden vaak met 8 weken uit het nest gehaald. Dit omdat toekomstige baasjes de kittens zo jong mogelijk willen. Vanwege het grote aanbod van 8 weken oude kittens zal een oudere kitten moeilijker te plaatsen zijn. Kittens hebben nu hun volwassen zicht bereikt. Dit helpt hen om beter hun evenwicht te bewaren op de randjes die ze op gaan zoeken. De kittens zijn nu in staat zichzelf warm te houden. Ze zijn daardoor minder gevoelig voor koude of hitte.

  • 9 weken. Met 9 weken dienen kittens hun eerste vaccinatie te krijgen tegen kattenziekte en niesziekte. Je kunt ze ook al laten chippen. Op die manier kun je een verzekering voor je kitten afsluiten. Hiermee krijg je vaak de tweede vaccinatie (deels) vergoed. De kittens worden bij hun vaccinatie ook lichamelijk gecontroleerd. Veel afwijkingen kunnen hiermee worden vastgesteld. Kittens bereiken op deze leeftijd het hoogtepunt van hun spelgedrag. De eerder genoemde ‘kittenrage’ kan leiden tot het slopen van spullen. Kittens kunnen hierbij echt gek lijken. Het is belangrijk dat je minstens een uur per dag met ze speelt. Op die manier kunnen ze hun overtollige energie kwijt raken. En bouw je een band op met de kitten.

  • > 10 weken. Vanaf 10 weken is het pas echt verantwoord om een kitten uit het nest te halen, maar liever na 12 weken. Fokkers van raskatten wachten echter zelfs tot 15 weken. Kittens moeten bij voorkeur met zijn tweetjes worden geplaatst. Zeker als ze vaak alleen thuis zullen zijn. Een kitten heeft erg veel energie. En zal regelmatig zijn en jouw grenzen verkennen. Om een goede band voor het leven met je kitten op te bouwen is het dus belangrijk om veel tijd in de kitten te investeren. Deze krijg je dubbel en dwars terug! Een kat nemen is een prachtige ervaring.

Konijn

Dag 1: De jongen konijnen zijn net geboren, ze wegen dan tussen de 24 en 31 gram. De voedster geeft ze gemiddeld 2 keer per dag melk, de rest van de dag slapen de jongen.
 
Dag 2: Het is de bedoeling dat de jongen aankomen in gewicht, ze mogen zeker niet afvallen. Als de jongen meestal na de 2de dag al afvallen kun je met bijna zekerheid al zeggen dat ze dood gaan. De jongen krijgen per dag steeds meer kleur.
 
Dag 3: De derde dag moeten de konijntjes er goed uit zien. Hun vel moet bol staan en hun buikjes goed gevuld. Als de jongen rimpelde buikjes hebben krijgen ze vrijwel geen of te weinig melk. Ze hebben vanaf deze dag geen reserves meer, dus de moedermelk komt er voor het eerst uit en ze krijgen ontlasting.
 
Dag 6: Deze dag begint het vaak goed zichtbaar te worden welke kleur de jongen krijgen. De haren beginnen dan te groeien en de jongen wegen rond de 80 gram.
 
Dag 14: De jongen wegen rond de 140 gram. De ogen beginnen langzaam open te gaan, ze kijken al door kleine spleetjes. Het is normaal dat de jongen rond het openen van de oogjes een dag stil staan in de groei.
 
Dag 15: De jongen wegen dan ongeveer 150 gram. Als de jongen de oogjes nog niet helemaal open hebben, kun je ze het beste voorzichtig helpen met helemaal open maken. Als je dit niet doet kan het zijn dat de haren in de ogen groeien en daar kunnen ontstekingen van komen. Met afgekoeld gekookt water en een watten staafje kun je de oogjes voorzichtig verder open weken.
 
Dag 17: De jongen beginnen het hok steeds meer te verkennen en worden actiever. Ze komen deze periode niet zoveel aan omdat ze actiever zijn en minder slapen, dat kost wat meer energie.
 
Dag 19: de jongen wegen nu ongeveer 175 gram. Ze spelen, springen en rennen veel rond. Ze gaan nu echt van de wereld ‘proeven’. Beginnen ook al wat van het hooi te eten.
 
Dag 22: De jongen beginnen nieuwsgierig te worden, maar slapen weer veel. Jongen kunnen van pallets gaan eten als ze dit al voor de 3 weken doen, kan dat een teken zijn dat ze te weinig melk krijgen van de moeder. Te vroeg pallets eten kan voor verstoppingen zorgen bij de jonge konijntjes.
 
Dag 27: De jongen beginnen rond deze leeftijd met het eten van pallets. Ook eten de jongen al volop hooi.
 
Dag 28: Vanaf deze dag moeten iedere dag de kontjes van de jongen gecontroleerd worden. omdat de jonge nu in de overgang van melk naar vast voer (pallets) zitten kan het gebeuren dat ze problemen met de ontlasting krijgen. Als ze bijvoorbeeld diarree krijgen, kan dit aan hun kontjes blijven vast plakken en als je er niets aan doet kunnen er allerlei ontstekingen komen.
 
Dag 33: De jongen eten vanaf genoeg pallets, het is nog steeds belangrijk om goed te blijven controleren op diarree.
 
8 weken: Als de jongen 8 weken oud zijn, wegen ze gemiddeld 700 gram. Dit is niet altijd zo, dat verschild per ras en nestgrootte. De jongen mogen de moeder verlaten en gaan op zoek naar een nieuw huis.​