Castratie

Onder castratie van het mannelijk dier verstaan we het verwijderen van de testikels.
Bij diverse diersoorten behoort de castratie van het mannelijk dier tot een min of meer 'normale' ingreep, zoals bij de kater.
De kater wordt vrijwel altijd gecastreerd omdat deze anders gaat sproeien (urine verspreiden) in huis. En buiten-katers willen nog wel eens flink vechten met katten uit de buurt.

Bij een hond zijn wij van mening dat de castratie niet echt standaard uitgevoerd moet worden maar dat hiervoor de indicatie medisch of sociaal moet zijn. Meestal is er dan ook een speciale reden waarom de eigenaar of dierenarts zal besluiten tot castratie over te gaan. Dierenartsen noemen dat indicaties. Deze indicaties kunnen in onderstaande categorieën worden onderverdeeld..

Redenen voor castratie

Er zijn verschillende redenen om een hond of kat te laten castreren:

a) Gedragsproblemen

1) Ongewenst sexueel gedrag

Hieronder valt het "rijden" op uitgestoken benen of kussens. Het proberen te "dekken" van andere huisdieren.
Een andere reden kan zijn wanneer iemand een teefje en een reu in huis heeft. Als de teef gewoon loops wordt kan men wel proberen de dieren drie weken uit elkaar te houden, maar dit is in de praktijk vaak erg lastig. Dus het is niet zozeer de vraag of het misgaat maar eerder de vraag wanneer het misgaat.
In onze praktijkervaring moet de teef in zulke gevallen zeker 2-3x in haar leven naar de dierenarts voor een "morning"after prik vanwege een ongewenste dekking
.

2) Weglopen

Sommige reuen vinden het heerlijk om op stap te gaan in de buurt om te kijken en te ruiken of er nog loopse teefjes in de buurt zijn. De ene reu doet dit af en toe, andere reuen doen het bijvoorbeeld driemaal daags zodra ze geroken hebben tijdens het uitlaten dat er een loopse teef in de buurt is geweest. Wegloop-gedrag is natuurlijk vervelend voor de baas en zeer gevaarlijk voor de hond. Een reu die verliefd achter de teven aanloopt of met concurrerende reuen wil vechten, kijkt niet uit bij het oversteken van de straat en de kans op een ongeluk is dan heel erg groot.

3) Geurvlaggen plaatsen

De reuen die neiging hebben overal hun territorium af te bakenen wordt de baas bij iedere uitlaatronde wel weer duidelijk gemaakt. Overal moet even een plasje over, desnoods 20x per wandeling. Dit is normaal, maar wanneer de hond dit in huis gaat doen ontstaat er een probleem. Meestal is er dan sprake van een dominantieprobleem. De reu ziet het huis als zijn territorium en niet als dat van zijn baas. Hier helpt castratie niet maar is een gehoorzaamheid- of gedragcursus eerder aangewezen. Het plaatsen van geurvlaggen (binnen en buiten) wordt overigens wel een stuk minder na castratie.

4) Agressie

Hier dient heel duidelijk goed gekeken te worden van welke soort agressie er sprake is.
Tegen mensen:
Een hond die zijn baas of anderen bijt zal hier VRIJWEL NOOIT mee ophouden als hij gecastreerd wordt. Wel kan een castratie soms wat helpen indien tegelijkertijd een gedrag en gehoorzaamheidscursus wordt gevolgd wordt. Maar dat een "lastige" hond weer een mak lammetje wordt na castratie is een heel hardnekkige fabel.

Tegen alle andere honden:
Als een reu wil vechten met zowel teven en reuen, ligt hier meestal een niet hormonaal en niet geslachtgebonden reden aan ten grondslag. Castratie zal hier dan ook zelden helpen. Ook hier is gedragstherapie op zijn plaats, hoewel sommige honden echt "geflipt" raken zodra ze andere honden zien.

Alleen tegen andere reuen:
Als iemand twee reuen in huis heeft die regelmatig heftig echten is castratie van beide reuen in 95% van de gevallen een oplossing met een gegarandeerd succes. Wij vinden dit een prima oplossing. Beter dan steeds met één of beide partijen naar de dierenarts om de "gaten" in het vel of oorranden weer te laten hechten. Ook wanneer de hond tijdens het uitlaten vrijwel elke andere reu wel wil aanvliegen maar teven absoluut met rust laat, kan dit probleem met castratie simpel verholpen worden.

b) Medische problemen

1) Prostaatproblemen

Veel oudere honden kunnen net als mensen last krijgen van prostaatvergrotingen. Meestal gaan de prostaatproblemen bij de hond juist NIET met plasproblemen gepaard. Wel kan de hond soms moeilijk poepen en soms komt er afgeplatte ontlasting uit omdat het over de vergrootte prostaat in het bekken heen geperst moet worden. Het meest voorkomende symptoom bij prostaatproblemen is echter druppels urine (vocht) verlies terwijl de hond gewoon rondloopt. Af en toe is dit vocht lichtrood en bloederig van kleur. De reu is niet echt incontinent en het zijn zelden grote hoeveelheden vocht. Maar het is wel een teken dat er wat aan de hand is. Soms is de prostaat niet alleen vergroot maar ook ontstoken en heeft de reu koorts. De behandeling bestaat uit toediening van antibiotica en tijdelijke (chemische), of permanente (chirurgische) castratie.

Een andere prostaataandoening is de prostaatkapselcyste. Dit is een vloeistof ophoping in de vergrote prostaat of onder het kapsel. Deze cystes kunnen zo groot worden als een sinaasappel. De reu is er meestal niet ziek van maar door de omvang kan de hond vaak moeilijk poepen. Af en toe raakt zo'n cyste geïnfecteerd en ontstaat een prostaatkapselabces. Hier kan de reu behoorlijk ziek van zien. Prostaatkapselcystes worden meestal chirurgisch verwijderd via een buikoperatie. Meestal wordt de reu dan gelijk gecastreerd om herhalingen van het probleem te voorkomen.

2) Voorhuidontsteking

Enige gelige uitvloeiing uit de voorhuid van een reu is wel normaal te noemen (zie foto). Echter bij sommige reuen neemt deze uitvloeiing zulke vormen aan dat het onhygiënisch in huis wordt. Vaak zit de hond dan ook veel aan zijn penis of voorhuid te likken of er liggen op de ligplek van de hond steeds gele vlekken. In lichte gevallen helpt een tijdelijk chemische castratie vaak voor een flinke periode, al dan niet gecombineerd met een antibioticum zalf of tabletten. Komt het probleem steeds weer terug is castratie meestal een relatief simpele en definitieve oplossing van dit probleem.

3) Prostaattumoren

Schijnen vaker voor te komen bij gecastreerde dan bij ongecastreerde reuen. Meestal zijn prostaattumoren zeer agressief en is er geen behandeling meer mogelijk op het moment van ontdekking.

4) Testikeltumoren

Komen relatief vaak voor bij oudere reuen. Meestal valt het de eigenaar op dat de ene testikel (teelbal) veel groter is dan de andere. Deze tumoren zijn vaak wel kwaadaardig maar zaaien meestal pas heel laat uit. Omdat ze van buitenaf goed zichtbaar vindt het weghalen van de aangetaste bal meestal op tijd plaats. Van een echte castratie is meestal dan geen sprake omdat de andere testikel in principe gewoon kan blijven zitten als deze verder normaal is. Hetzelfde geldt voor het al dan niet weghalen van niet ingedaalde testikels.

5) Circum anaalkliergezwellen

Van het anusslijmvlies bij de reu zijn een andere categorie van tumoren. Deze vaak blauwige of blauwrode gezwellen komen alleen voor bij reuen zitten vaak onder of rondom de anus. Ze groeien langzaam en zijn in principe meestal niet kwaadaardig. Wel komen ze vaak meervoudig voor (enkel bulten van verschillende grootte naast elkaar). Het grote probleem is dat ze op een gegeven moment openbreken en gemakkelijk bloeden. Overal waar de hond gaat zitten ontstaan dan bloedvlekjes in huis. Grote open gezwellen kunnen het beste chirurgisch verwijderd worden. Deze gezwellen ontstaan onder invloed van het mannelijke hormoon testosteron. Zodra de reu gecastreerd wordt verdwijnen de kleine gezwellen en wordt het ontstaan van nieuwe gezwellen voorkomen.

Meer informatie over castratie..

 

 

De operatie techniek

Bij de castratie wordt er voor de balzak één sneetje gemaakt waardoor beide testikels verwijderd kunnen worden. De snee wordt expres niet in de balzak gemaakt omdat er soms wat tijdelijke zwelling van de balzak door wondvocht optreedt na castratie. Als er dan ook een wond zit op die plek geneest deze veel moeizamer. Bij de castratie worden beide testikels met de bijballen en de zaadstrengen plus bloedvaten afgebonden en verwijderd. Hierna worden er niet alleen geen zaadcellen meer gemaakt waardoor de hond onvruchtbaar wordt, maar wordt ook de productie van het mannelijk hormoon testosteron voorkomen. Alle typisch mannelijke gedragingen worden daarna een stuk minder of verdwijnen.

Na- en bijwerkingen van de castratie

De nawerkingen van de castratie zijn maar kortdurend. Aangezien het een relatief lichte ingreep is die onder een kortwerkende verdoving wordt uitgevoerd zal de hond vrij snel weer de oude zijn. Juist omdat de hond vrij snel weer alert is en de snee op een snel irriterende plek in de liezen zit, moet de hond beslist een kraag of een T shirt om. Gebeurt dat niet omdat de baas dat "zielig" vindt, is de kans groot dan de hond juist bij deze ingreep de hechtingen al binnen een paar uur uit de wond gevreten heeft. Waarna of een flinke bloeding ontstaat of alles weer opnieuw gehecht moet worden. Een enkele keer krijgt de hond tijdelijk een wat blauwe bloeduitstorting in de huid van zijn balzak. Deze is meestal op het moment van het eventuele verwijderen van de huidhechtingen na 10 dagen grotendeels al weer verdwenen.

Na de castratie wordt reu niet minder actief maar wordt wel de stofwisseling van de reu iets anders. Het dier verbruikt wat minder energie. De meeste honden eten dan gewoon ook iets minder en dan veranderd er niets. Sommige honden blijven echter op het oude nivo door eten en krijgen de neiging toe te nemen in gewicht. Na castratie moet gedurende 1-3 maanden even extra op het gewicht van de hond gelet worden. Als de hond zwaarder wordt moet de hoeveelheid voer met ca. 20-25% gereduceerd worden of moet gekozen worden voor een laagcalorie of vetarm dieet. Waarna ook deze honden keurig slank en actief blijven.

Chemische castratie

Soms kan een zogenaamde chemische castratie een tijdelijke oplossing zijn bij prostaatproblemen, voorhuidontstekingen of als "test" voor de uitwerking van een echte castratie bij bijv. weglopen of het vechten met andere reuen. De hond krijgt dan afhankelijk van de indicatie 1 of 2 injectie met delmadinonacetaat ofwel Tardak. Deze injecties werken één tot enkele weken. Daarna keren alle mannelijke hormonen en functies weer normaal terug. Tegenwoordig zijn er nog effectiever werkende implantaten die die een werkzaamheid van minimaal 6 maanden hebben.