Blaassteen-operatie

Blaasstenen komen vaak voor bij vleeseters zoals de hond en de kat. Dat komt omdat in de natuur de urine van een vleeseter zuur is; bij onze huisgenoten wordt de urine vanwege het voer wat we hen geven basisch (het tegenovergestelde van zuur). Hierdoor slaan sommige mineralen eerder neer op de blaasbodem. Na enige tijd leidt dit bij sommige honden en katten tot de vorming van blaasstenen. Omdat het dier niet rechtop loopt zoals de mens, worden deze mineralen niet door de zwaartekracht uit de blaas gespoeld.

Ook konijnen kunnen snel last van blaasstenen krijgen door een verkeerde calcium/fosfor verhouding in het voer. Daarom heeft een konijn GEEN knaag- of liksteen nodig.

De enige therapie voor blaasstenen bij dieren is vooralsnog chirurgie.

De operatie

Eerst wordt het dier onder narcose gebracht en aan de gasnarcose gelegd. Vervolgens wordt het dier geschoren, gewassen en gedesinfecteerd. Dan zal een katheter in de urineleider worden aangebracht zodat mogelijk aanwezige steentjes in de urineleider terug in de blaas geduwd worden.

De patiënt wordt afgedekt met steriele doeken en de buikholte wordt geopend. Vervolgens wordt de blaas naar buiten gemanoeuvreerd, daarna wordt de blaas geopend.

Sommige patienten kunnen blaasstenen hebben zo groot als een knikker. Ook kunnen het hele kleine steentjes zijn in grote hoeveelheden. De grote stenen kunnen er uitgemasseerd worden, de kleinere kunnen er door de blaas te spoelen eruit komen.

Als alle stenen uit de blaas zijn wordt de blaaswand gesloten in twee lagen met apart hechtmateriaal dat langzaam oplosbaar is.